Discriminatie en racisme online: “Het is dweilen met de kraan open”

In gesprek met Tunahan Kuzu en Gerard Spong

Met de opkomst van sociale media is het geven van een mening of oordeel makkelijker dan ooit tevoren. De opkomst heeft echter zijn kanttekeningen. Vraag dat maar aan voetballer Leroy Fer, politica Sylvana Simons of PVV-voorman Geert Wilders. Het internet vormt ook een platform voor discriminatie, racisme en ernstige bedreigingen. Fractievoorzitter van DENK, Tunahan Kuzu, en strafrechtadvocaat Gerard Spong vertellen over dit probleem en analyseren een mogelijke oplossing: de internetpolitie.

Door Michael Kunst, 5 januari 2018

In de werkkamer van de politieke partij DENK hangt een gemoedelijke sfeer wanneer Tunahan Kuzu aanschuift voor een gesprek over discriminatie, racisme en bedreigingen op internet. De voorman van DENK voert samen met zijn partijgenoten een uitgebreide agenda op deze onderwerpen. Discriminerende, racistische en andere verwerpelijke berichten lijken aan de orde van de dag. “Wat mij de laatste jaren ontzettend stoort aan het internet, is dat het dient als een riool van de samenleving. Alle gal, al het gif over mensen met een migrantenachtergrond, over moslims, joden, andersdenkenden, mensen die homoseksueel zijn. Alle meningen daarover kun je terugvinden op het internet en dat is niet mals. Als je kijkt wat er allemaal gepubliceerd wordt, dan schrik je je soms een hoedje”, begint Kuzu.

Volgens Kuzu is er sprake van een maatschappelijk probleem waarbij mensen denken zomaar hun mening te kunnen plaatsen, terwijl hier soms strafbare elementen in zitten. “Wat je ziet in de laatste jaren, is dat de discussie over racisme en discriminatie op internet zodanig is genormaliseerd, dat mensen niet meer hoeven na te denken wat ze opschrijven. Dan zou je een norm moeten stellen en duidelijk maken aan mensen dat het niet onbestraft kan blijven."

Michael KuzuTunahan Kuzu: "Er is sprake van een maatschappelijk probleem" © NU.nl

Iedereen kan zijn mening uiten op het internet maar is het internet daarmee een openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld treinstations? Dat is een belangrijke vraag in het kader van wet- en regelgeving omtrent discriminatie en racisme op internet. In zijn kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht spreekt advocaat Gerard Spong over de juridische kant van het probleem. Volgens hem is er inderdaad sprake van een openbare ruimte. “Het internet is voor iedereen toegankelijk. Laten we zeggen, in strafrechtelijke sfeer: waar privédomein moet worden afgeschermd van het openbare domein, zie je dat die grens loopt tot datgene waar iemand anders zonder toestemming van de betrokkene, de rechthebbende, toegang tot heeft." Spong ziet dat er sprake is van een probleem: de massaliteit van het internet. Daarmee doelt de advocaat op de gigantische aantallen berichten en mensen die actief zijn online. Spong en Kuzu bekennen beiden regelmatig bejegend te worden met discriminerende of racistische berichten.

Massaliteit van internet
Zowel politicus Kuzu als advocaat Spong spreekt dus over een probleem. Kuzu: “Het Openbaar Ministerie en de politie maken er werk van als het gaat om concrete bedreigingen. De instrumenten zijn dus voorhanden. Dan is het natuurlijk de vraag: hoe structureel ga je het inbedden in de politiestructuur, zodat er wat met deze berichten gedaan wordt?” Dat is lastig, mede door de massaliteit. Volgens Spong is het internet zo onbegrensd, dat controle ervan onbegonnen werk is. Het internet lijkt daarmee een forum waarop discriminerende en racistische uitingen grotendeels onbestraft blijven. Volgens Spong is dat inderdaad de conclusie. “Dat is natuurlijk een schrikbarende conclusie, vergelijkbaar met het tegengaan van diefstallen en inbraken. Dat is dweilen met de kraan open en het strafrecht heeft daar een beperkte functie in. Ik zeg niet dat we het hoofd moeten laten hangen. Als we uiterst kwalijke, racistische uitingen kunnen opsporen, dan moet dat ook gebeuren."

Kuzu ziet mogelijkheden met onder andere algoritmen: “Je kunt aan de hand van algoritmen al vrij makkelijk identificeren welke accounts actief haatdragende, discriminerende of racistische berichten plaatsen. Die kun je weren van het internet, van hun gebruikersprofielen." Net als advocaat Spong, vindt Kuzu dat opsporing en vervolging moet plaatsvinden waar dat kan. “Natuurlijk is het absolute sluitstuk de officiële autoriteit en dat is de overheid. Op het moment dat men ziet dat het gebeurt, moet er werk van gemaakt worden: opsporen, vervolgen en straffen."

De rol van internetbedrijven
Mede door de massaliteit op internet, is controle door de overheid zeer lastig. Een mogelijke oplossing is om internetbedrijven zoals Google, Facebook en Twitter een rol te geven in de monitoring van strafbare berichten. Dit is wat Kuzu graag zou zien en waarin al stappen worden gezet. “Wat de afgelopen periode de inspanning is geweest bij het ministerie van Sociale Zaken, is dat vertegenwoordigers van Facebook en Twitter samen gingen overleggen over protocollen, waardoor mensen makkelijker bedreigingen kunnen melden. Zo zouden die bedrijven makkelijker hun content kunnen beheren." Kuzu vindt dat bedrijven zorgvuldiger moeten omgaan met de content die wordt geplaatst.

Op het eerste gezicht ziet Spong zwaarder wegende nadelen wanneer internetbedrijven zich met monitoring gaan bemoeien. “Het nadeel is dat je Facebook en andere bedrijven opzadelt met een soort private, particuliere opsporing, die in handen van de staat zou moeten rusten. Particuliere opsporing bestaat wel, maar het is toch in de eerste plaats de staat die verantwoordelijk is voor het handhaven van rechtsnormen. Een ander nadeel is dat we, als bedrijven die mogelijkheid krijgen, het probleem niet meer zien”, zegt Spong. Hij legt verder uit: “Daarmee bedoel ik dit: het feit dat er mensen in een samenleving zijn die er behoefte aan hebben zich racistisch te uiten, en de omvang daarvan, zijn belangrijke gegevens voor een samenleving. Ook met betrekking tot hoe je er tegenaan kijkt en hoe je ermee omgaat. Maar je moet het probleem wel kennen, wil je het kunnen aanpakken. Als je het probleem niet kent, doordat Facebook alles zuivert, dan wordt het tasten in het duister."

Michael SpongGerard Spong is een begrip in het strafrecht © AD.nl

Spong is enthousiaster over een systeem waarbij de internetbedrijven actief samenwerken met Openbaar Ministeries in verschillende staten. “Dat is een tussenoplossing. De mensen moeten weten dat ze zich schuldig maken aan een delict. Ik denk dat het gepleegd wordt zo van: ‘nou ja, ik slinger het maar de ruimte in en who cares?’ Maar bij alle delicten is het zo dat mensen zich tot beter gaan bezinnen zodra de pakkans stijgt. Als je dus een systeem kunt ontwerpen waarbij Facebook niet zozeer berichten verwijdert maar verzamelt, en die vervolgens doorspeelt aan het Openbaar Ministerie, dan denk ik dat dat een beter systeem is. De pakkans stijgt daarmee aanzienlijk."  

Een internetpolitie
Een radicalere oplossing is de invoering van een internetpolitie. Een voorbeeld hiervan is sinds 2008 actief in Finland. De aanleiding daar waren seksuele misdrijven die via het internet plaatsvonden. De internetpolitie bleek een groot succes en kreeg een uitgebreid takenpakket. Discriminatie en racisme op internet wordt nu ook bestreden. De Finnen hebben vijf gespecialiseerde rechercheurs op dit onderwerp gezet. Daarnaast ondervindt de Finse overheid hulp uit een financieringsprogramma van de Europese Unie: Protectie van en Strijd tegen Misdaad. Kuzu reageert positief. “Dat spreekt mij wel aan, ik was hier niet van op de hoogte, daar zal ik heel eerlijk over zijn. Maar het is natuurlijk wel een interessant initiatief dat nader onderzoek in Nederland verdient. Wij (DENK) gaan er ook mee aan de slag, het onderzoeken en kijken of we de minister zover kunnen krijgen om bijvoorbeeld een pilot in Nederland te kunnen starten. Het spreekt mij wel aan."

Spong is voorzichtig positief. “We moeten nooit te oud en te pedant zijn om iets te leren van een ander. Dus als dit een succes is in Finland, is het zeer de moeite waard om te overwegen dit bij ons en elders in te voeren. Wat dat betreft is het toch wel een opmerkelijk Fins gegeven, dat we zeker niet direct ter zijde moeten leggen." De advocaat wijst wel op de vraag wat de omvang van het Finse probleem is ten opzichte van het Nederlandse probleem. Cijfers over meldingen van discriminatie en racisme op internet zijn, sinds de invoering van de internetpolitie, lastig vindbaar.

 

 

 

Andere manier van straffen
Naast mogelijke oplossingen voor het probleem van discriminatie en racisme op internet, ziet Kuzu meer heil in andere vormen van straffen. “Je kunt veel interessantere en effectievere vormen van straffen invoeren. Ik geloof bijvoorbeeld heilig in educatieve maatregelen tegen discriminatie. Veel mensen hebben onvoldoende in de gaten wat voor kras zij op de ziel van de gediscrimineerde persoon zetten. Je zou daders in een groepje bij elkaar moeten zetten en aangeven: ‘kijk, dit is wat racisme en discriminatie met groepen mensen doet’. Ik geloof ook in de contacttaakstraf." Bij een contacttaakstraf wordt de dader in contact gebracht met het slachtoffer om te beseffen wat discriminatie of racisme met iemand doet.

Maar om tot straffen te komen, moet de juridische afbakening zo duidelijk mogelijk zijn. Juist in discriminatie- en racismezaken is die afbakening vaak onduidelijk. Het is voor een rechter steeds weer lastig te bepalen of een zaak onder de delictsomschrijving valt. Jurisprudentie is daarbij een hulpmiddel maar zeker niet zaligmakend. Spong legt uit: “Jurisprudentie is een kompas voor de rechter. Er zijn veel uitingen net niet hetzelfde. Ten tweede, de maatschappij, en dus ook het recht, ontwikkelt zich van dag tot dag. Wat 20 jaar geleden onacceptabel was, is vandaag de dag wel acceptabel." De grenzen verschuiven en dat maakt het voor rechters dus moeilijk om blind af te gaan op de rechtspraak. “Hoe ouder de rechtspraak, hoe minder van belang die is. En het hangt ook af van welke rechtspraak: een lagere rechter dan wel een hogere rechter, zoals de Hoge Raad”, zegt Spong.

Zowel Tunahan Kuzu als Gerard Spong ziet dat er sprake is van een probleem met discriminatie en racisme op internet. Kuzu is voorzichtig positief over het idee van een internetpolitie. Spong lijkt meer vertrouwen te hebben in een samenwerkingsmodel tussen bedrijven en het Openbaar Ministerie. Beiden zien een relevante rol voor internetbedrijven in de bestrijding van discriminerende en racistische berichten op internet. Daarnaast pleit Kuzu voor andere strafvormen, zoals de educatieve maatregel en de contacttaakstraf. Zo krijgt het slachtoffer immers een gezicht. Dat kan belangrijk zijn, want een bekend credo luidt: onbekend maakt onbemind.


Counter Extremism - Finnish Internet Police - 11 december 2017

Foto: AD.nl

 

 

Contact

Uw naam
Geen naam

Uw Email
Geen (geldige) email

Bericht
Geen bericht.


Invalid Input

Partners

Independer
 
Witte Autoverzekering
 
Energie vergelijken
 
Autoverzekering
 LOGGGO

 

 

Opening hours

Openings hours
Leiden:
Maandag t/m vrijdag*:  10:45 - 15:15
 
The Hague: 
Maandag 10:45-15:15
Dinsdag 10:45-15:15
Woensdag 10.45-15.15
Donderdag 10.45-13:00
Vrijdag 10.45-15:15
Weekend Closed
 * Op donderdag heeft het bestuur vanaf 13:00 vergadering
On Thursdays the room is closed due weekly boardmeetings at 13:00